Gitaar

Een van de allerbekendste instrumenten welke in ontelbare muziekstromingen terecht zijn plaats heeft, is de gitaar. De gitaar is een van de vele instrumenten in de familie van de luitachtigen, waarin we ook de mandoline, de banjo, de ukulele en de bas terugvinden. Door de enorme populariteit van de gitaar zijn er bovendien diverse varianten op ontwikkeld, allemaal met een eigen aantal snaren, resonantie-elementen en versterkers.

Waar komt de gitaar vandaan?

Van oorsprong is dit een Spaans instrument, dat al sinds de 16e eeuw onder die naam bekend staat. Misschien is het gebaseerd op een oud Moors of Grieks instrument. In de eeuwen daarna werd het instrument vooral gebruikt op feesten en in het eigen huis, bijvoorbeeld om zwoele zomeravonden wat extra gezelligheid te geven. Eigenlijk is de gitaar pas in de 20e eeuw echt doorgebroken als bekend breed geaccepteerd muziekinstrument. Tegenwoordig is het een van de meest gebruikte muziekinstrumenten binnen de pop, rock en andere populaire muziekstromingen. Een oorzaak van de populariteit is waarschijnlijk de veelzijdigheid: de snaren kunnen op heel veel manieren worden aangeslagen.

Hoe werkt een gitaar?

Een gitaar is gemaakt uit een houten klankkast waarop een steel, de hals, rust. Over de hals zijn er over de klankkast heen meestal 6 tot 8 snaren gespannen. Onder de snaren in de klankkast bevindt zich een gat waardoor het geluid binnen de klankkast wordt geleid en resoneert. De individuele snaren van de gitaar kunnen worden afgestemd met stemschroeven, die zich bovenaan de hals bevinden. Door de gitaarsnaren op verschillende plekken op de hals aan te slaan, kunnen verschillende toonhoogten worden geproduceerd. Een gitaar kan bespeeld worden met de vingers of met een zogenaamd plectrum, een klein, veelal kunststof plaatje.

Leave a Comment